COLUMN: SAMENWONEN

Vroeger, in prehistorische tijden, deden mannen niet aan openingszinnen. Ze sloegen een vrouw neer en sleepten haar naar hun hol. Ik vraag mij af waar mannen toen mee bezig waren. Het is niet alleen onbeschoft, maar ook onpraktisch. Vrouwen hebben hun eigen logica, die ook het leven van de hedendaagse man vrij ongemakkelijk maakt.

De mens verblijft van nature graag in donkere holen. Die beschermden van oudsher tegen extreme weersomstandigheden, sabeltandtijgers en andere mannen (met een prehistorisch sportschoolabonnement). Zo niet de vrouw: zodra die thuiskomt moeten alle gordijnen open en zonneschermen omhoog. ‘De hele dag tegen zo’n dicht raam aankijken is niet fijn voor de buren’ is de redenatie. Of die dan liever aankijken tegen een ongeschoren man, met coupe- windhoos en een t-shirt-met-pizzavlekken vraag ik mij af. Ze hebben ook vooral zichzelf ermee, want met de gordijnen open ligt er ineens overal stof en zijn de ramen vies.

‘Zonnig weer = buiten zitten’ is nog zo’n vrouwelijke redenering. Zodra de eerste eekhoorn net slaapdronken uit zijn hol is gelazerd en de eerste zonnestralen tussen de kale takken schijnen moet er buiten gezeten worden. ‘Anders is het zonde van het mooie weer’ (hoezo, betalen ze daarvoor ofzo?) Daar zit je dan, half verkleumd, terwijl de pinguïns langs je nek glijden. Nog erger is dat buiten de WiFi zwaar beroerd is en je laptopscherm slecht zichtbaar. Het is er dus saai. Uit noodzaak hebben mannen daarom een hobby bedacht die buiten beoefend kan worden: fikkie stoken barbecueën.

‘Teveel rotzooi geeft onrust’, zei geen enkele man ooit. Afgekloven botten en lege notendoppen waren in de prehistorie jachttrofeeën. En kwamen vaak nog van pas als briefopener, boekenlegger of om een stenen tafel recht te zetten. Vrouwen zien dat anders. Eérst moet er opgeruimd worden. Pas als het huis netjes is (lees: operatiekamersteriel) kan er ontspannen worden. Helemaal erg is het als je als man alleen thuis bent en je vrouwelijke huisgenoot komt onverwachts eerder thuis. Moet je ineens als een malle afwassen, opruimen en muskusratten verjagen. Sommige mannen hebben daarom het vreemdgaan uitgevonden, dan valt de rotzooi minder op.

Samenwonen met een vrouw, het blijft een uitdaging. Maar er is hoop: de mancave. Een donkere kelder of zolder waar de man nog zichzelf kan zijn, zonder vrouwelijke bemoeienis. Maar dan alleen als de rest van het huis netjes is en het buiten regent. We leven tenslotte niet meer in de prehistorie.  


COLUMN: NEW YORK

Hierbij een reisgids voor New York, op basis van eigen ervaringen. Je kunt rechtstreeks vliegen vanaf Schiphol. Twintig kilo bagage is toegestaan. Laat daarvan geen 19 kilo uit tuinkabouters bestaan, die je ook eens een ander uitzicht gunt. Dan krijg je lastige vragen. Vragen krijg je sowieso bij de Amerikaanse douane. ‘Is he your favorite Berry?’ vroeg de douanier aan mijn vriendin. Lijkt smalltalk, maar was een controle of mijn vriendin geen kannibaal is. Kannibalen mogen Amerika niet meer in sinds ze hebben ontdekt dat het personeel van McDonald’s beter smaakt dan hun hamburgers. ‘She likes strawberries more’ antwoordde ik daarom. Neem vanaf het vliegveld een yellowcab. Spreek vooraf een prijs af, want achteraf is het alleen te betalen door een nier te verkopen.

Begin bij het Vrijheidsbeeld. Je kunt daar het beste langsvaren als je foto’s wil maken. Dit gaat moeilijker als je deze beklimt. Maak in dat geval geen foto’s met behulp van je camera, zelfontspanner en een werphengel. Ga op de boot niet staan, dan gaan anderen zeuren. Pak ook geen softijsje van een kind af om daarmee het Vrijheidsbeeld na te doen. Het is dus vooral een merknaam, want veel vrijheid heb je niet.

Ga vervolgens naar het Empire State Building voor het uitzicht. Bied niet aan om de rollator van een oude vrouw naar boven te tillen: het is 86 verdiepingen. Het gebouw is ook bekend uit de film King Kong. Zie eenmaal boven een brede beveiliger met een banaan daar niet voor aan.

Indrukwekkend is het 9/11 Memorial Museum, gebouwd onder het vroegere World Trade Center. Suggereer daar niet dat ze nu beter een bunker en luchtafweergeschut hadden kunnen neerzetten. Mompel je (net als ik) bij het lezen van teksten ga dan niet (net als ik) ineens schreeuwen als je de laatste woorden van de gijzelnemers leest. Het Museum of Natural History heeft intacte dinosaurusskeletten. De opmerking ‘Hoop oude zooi hier’ valt daar niet in goede aarde.

Voor een Broadwaymusical kun je overdag voor half geld een kaartje kopen (veel Nederlanders in de rij). Zing in het theater niet luidkeels mee voordat je zeker weet dat je een kaartje voor de sing-a-long-versie hebt. Tenslotte Central Park. Speel je daar verstoppertje, geef dan je partner niet als vermist op omdat je zelf geen zin hebt om het gigantische park te doorzoeken.

Dat waren de hoogtepunten van het prachtige New York. Ik keer er zeker nog eens terug, zodra ik van de zwarte lijst af ben. 

Mooie foto, net voordat het kartonnen-bord-met-achtergrond omviel.


COLUMN: COWBOYTJE SPELEN

Als je een uitje met het werk hebt is het de kunst om iets te kiezen waarbij je zo min mogelijk hoeft te doen. Aangezien zoiets vaak onder werktijd plaatsvindt lijkt het dan net alsof je vrij hebt. Mijn laatste werkuitje had een westernthema. Cultureel verantwoord: zo pak je nog wat Oudhollandse cultuur mee. Niet geheel verrassend vond dit plaats op de enige Nederlandse prairie: de Veluwe. Ook zonder navigatie goed te vinden: volg je telefoon tot waar je internet steeds slechter wordt. Zodra je de neiging hebt om voor het eerst in vier jaar weer eens een SMS te versturen ben je in de buurt.

Ik vroeg mij af welke aspecten van het cowboybestaan we zouden gaan nabootsen: het schieten op die ene vervelende collega, het stoeien met wilde koeien of het slapen in de warme zon met een hoed over je ogen. Maar nee, het eerste programmaonderdeel was ringsteken. Neem een stok, steek die vanaf een rijdend paard in een kleine ring, bij voorbaat niet één die gedragen wordt door een collega. Wat dit met cowboys te maken heeft weet ik ook niet, misschien zetten ze in die tijd zo piercings.

Het tweede programmaonderdeel was een huifkartocht. Dat is een zeer comfortabele manier om:

- Melk te karnen;

- Kleding te centrifugeren.

Als vervoersmiddel echter bijzonder ongeschikt. Op de onverharde weg trillen de vullingen bijna uit je gebit. De kap van zo’n huifkar beschermt tegen wind en regen, maar voorkomt voornamelijk dat je van de kar af stuitert.

Leuk dat je tijdens zo’n huifkartocht voorzien wordt van eten en drinken. Het inschenken is door het getril echter een uitdaging. De huifkar ziet er na enige tijd dan ook uit als een touringcar na een VMBO-schoolreisje. Volgens de koetsier is het traditie om hem van iedere fles drank het laatste glas te geven. Zo lust ik er nog wel één. Gelukkig was één van de paarden verkouden en niet te beroerd om even in de fles te niezen. Drinkt u smakelijk!

Het laatste programmaonderdeel was een diner in een steakhouse met westernthema. Het valt mij altijd op hoe veelzijdig zulke restaurants zijn. Ze hebben vlees, vis en voor de vegetariërs gebakken bierviltjes.

Mocht mijn werkgever dit lezen, hier vast een suggestie voor het thema van het volgende uitje: doktertje spelen. 


NIEUWS: BERRY BLACK WINNAAR THIS IS HOW WE READ COLUMNWEDSTRIJD 2017 

In juli stond mijn column Ode aan de vrouw op Belgisch literatuurblog This Is How We Read. (Niet gelezen? Foei! Lees hem HIER). Dit was 1 van de 100+ inzendingen voor de columnwedstrijd van 2017. (Dat er bij deze inzendingen ook columns zaten van Berry Bleck, Barry Block en de Poolse Brry Blgggh is toeval). In juli en augustus zijn er 8 columns genomineerd en op het blog gepubliceerd.

In september waren de 8 genomineerden in Leuven voor een literaire avond, waar de uitslag bekend gemaakt werd. Dit gebeurde in Barboek, een kruising tussen een boekwinkel en een koffiebar. Geweldig concept: nergens anders kun je een boek pakken, koffie bestellen, de koffie over het boek laten vallen en het boek weer onschuldig fluitend terugzetten in de kast.

Uitgenodigd waren ook drie professionals: columnist van Weekend Knack en schrijver Jean-Paul Mulders (tevens juryvoorzitter), zijn collega van Weekend Knack Nathalie Le Blanc en debuterend schrijfster Fien De Meulder.

Ieder van hen werd geïnterviewd, waarbij ervaringen en tips gegeven werden die door de aanwezigen gretig werden genoteerd in kladblok, telefoon of achter op de hand.

Daarna volgde een panelgesprek. De drie gasten konden op stellingen reageren door een Barbie in de lucht te steken als ze het er niet mee eens waren. Een dubieus concept. Zo is Trump ook president van Amerika geworden: ‘Kruis de naam aan van degene waar je niet op wil stemmen’.

Toen volgde de langverwachte uitslag. Van de genomineerde columns was een heus juryrapport opgesteld. Na 5 genomineerden werden de 3e en 2e plaats bekendgemaakt. Ik had mijzelf nog niet horen noemen dus ik wist dat ik had gewonnen. Tenminste, dat had ik kunnen weten, als ik had opgelet. Ik zag echter een kever op de grond lopen die in het beperkte licht precies leek op mijn oude lerares Engels.

Nadat ik door mijn vriendin dan toch naar voren was geduwd en de felicitaties in ontvangst had genomen was het tijd om de column voor te lezen. Jean-Paul bood aan om hem voor te lezen, maar in mijn overmoed besloot ik dat zelf te doen. Dat werkt dus slecht als je net hyper bent van een gewonnen wedstrijd. Het voorlezen klonk daardoor als een kruising tussen het in de wacht staan bij de Belastingdienst en de spreekbeurt van een 8-jarige. Gelachen werd er wel, maar of dat kwam door de inhoud van de column of de manier van voorlezen laten we even in het midden.

Na de uitreiking werd er nog lang nagepraat in Barboek en kon ik Jean-Paul Mulders nog wat geheimen ontfutselen. Wist je bijvoorbeeld dat Belgen in het Nederlands moeten schrijven? De Nederlandse markt is nu eenmaal groter dan de Belgische. Mijn toekomstige columns zijn daarom in het Chinees.

Dank en hulde voor de organisatie van deze avond aan de drie dames achter het blog en hun zelfbenoemde boekenknecht Kurt (die bewijst dat er in België voor mannen geen glazen plafond is, maar een glazen kelder)


COLUMN: ENGE FILMS

Aan het begin van de jaren ’90 had je nog:

- Videotheken;

- Het vertrouwen dat ouders zelf hun kinderen op kunnen voeden.

Een door mijn moeder ondertekend briefje was daarom genoeg om films voor boven mijn leeftijd toch mee te krijgen in de videotheek.

Zo kon het gebeuren dat ik als elfjarig jongetje naar huis ging met de film Alien. (Ik heb nooit geprobeerd of ik ook erotiek mee kon krijgen. Dat leek mij griezeliger dan welke monsterfilm ook). Eenmaal thuis zette ik Alien op. Voor de hoofdfilm kreeg ik eerst trailers te zien van Predator en A Nightmare on Elm Street. Daardoor had ik voorlopig weer genoeg gegriezeld, waardoor Alien uiteindelijk ongekeken retour richting videotheek ging.

Toch bleven enge films aantrekkingskracht uitoefenen. Alleen wat overdag slechts een film was leek ’s nachts een stuk realistischer. Mijn ouders bleven mij laconiek geruststellen dat het maar een film was. Maar juist laconieke mensen werden in die films opgegeten, neergestoken, verscheurd of geëlektrocuteerd (ik hield van afwisselende films). Dus nam ik voor de zekerheid toch maatregelen:

Vampiers kunnen volgens sommige films niet zonder toestemming een cirkel betreden. Ik legde daarom  een cirkel van Donald Ducks rond mijn bed. Het grootste risico als ik ’s nachts uit bed stapte was daardoor geen vampierbeet, maar uitglijden over een losse Donald Duck en in het trapgat te pletter vallen.

Geesten vormden ook een probleem. Die zag je in films altijd in het donker. ’s Nachts de lamp aanlaten leek dus verstandig. Dat de buurt dacht dat iemand bij ons thuis een eh, liggende bijbaan had was bijzaak. Van imagoschade of een SOA kom je wel af, van een geest een stuk moeilijker.

Zombies kon je afwenden door ze met een shotgun in hun hoofd te schieten of zout te laten proeven. Uit praktische overwegingen koos ik voor het laatste en bewaarde een zakje zout onder mijn kussen.

Freddy Krueger, de enge boeman uit A Nightmare on Elm Street, kon je buitenhouden door ramen en deuren te barricaderen. Niet brandveilig, maar de kans op brand was toch veel kleiner dan dat een filmmonster je ’s nachts kwam pakken.

Zoals je ziet is er niets mis mee als kinderen (te) vroeg enge films zien. Tegenwoordig kan je films digitaal bestellen, vaak beveiligd met een code. Mocht je minderjarig zijn en dit lezen: de code is vaak 0000 of 1234.


COLUMN: FACEBOOK

Vraag je je wel eens af wat je eigenlijk zoekt als je op Facebook zit te scrollen? Ik wel, en tot nu toe heb ik het antwoord nog niet gevonden.

Scroll.

Ha, iemand is verhuisd. Maar vermeldt niet zijn nieuwe adres erbij. Lekker handig. Aan de foto’s te zien vallen jungle-, woestijn- en berggebied af. Ik vind hem wel…

Scroll.

Joyce heeft een bericht gedeeld: ‘Like & win deze jurk’. De foto is genomen met een telefoon voor het gezicht. Nu kan ik niet zien of het een mannen- of vrouwenjurk is...

Scroll.

Een bericht in het Maleis. Ik heb dezelfde naam als een of andere Indonesische artiest. Daardoor krijg ik af en toe vriendschapsverzoeken uit Indonesië. Natuurlijk accepteer ik die. Je wil ten slotte niet als arrogant overkomen richting je fans.

Scroll.

Gesponsord bericht van Schoenshop.nl. Goh, da’s toevallig, vorige week dezelfde schoenen besteld via internet.

Scroll.

Gesponsord bericht van Aambeien-weg.nl. Ehm…

SCROLL!!

Maikel heeft zijn profielfoto bijgewerkt. Lekker interessant. Zo te zien had ie beter zijn vriendin kunnen laten bijwerken.

Scroll.

Jayden heeft hierop gereageerd: ‘Wat een prachtige goal!’ Inderdaad een mooi doel, staat stevig, strak net. Maar verkoop je ze ofzo? Want anders heeft dit bericht geen nut.

Scroll.

Paul en George zijn nu vrienden. Heel fijn. Ik wist niet dat ze ruzie hadden, maar mooi dat het is bijgelegd.

Scroll.

Jennifer heeft hier lekker gegeten. Fijn voor haar. Je ziet nooit dat mensen ergens vies eten, terwijl dat voor de lezers toch nuttigere informatie is.

Scroll.

Sabrina vindt dit leuk: ‘Meisje zingt liedje voor haar hond’. Lekker interessant. Pas als het andersom is vind ik het nieuwswaardig.

Scroll.

Weer een Like & win actie. Deze keer kun je een houten vloer winnen als je een reactie plaatst. Ik reageer met de opmerking dat ik aan zes planken genoeg heb, bestemd voor degene die iedere keer dit soort berichten deelt.

Ik zit nu al drie kwartier zit te scrollen en ben nog niets interessants tegengekomen. Wat een tijdsverspilling. Oké Facebook, je krijgt nog één kans.

SCROLL.

Berry heeft een bericht geplaatst: ‘Nieuwe column: Facebook. Lees hem HIER’. Ha, geweldig platform dat Facebook, vooral blijven doen!


COLUMN: ROBOTSTOFZUIGER

Hij keek mij zo lief aan vanaf de website met zijn blauwe lampjes-als-ogen. Voor ik het wist had ik hem gekocht: een robotstofzuiger. Voor mij een leuk hebbeding, maar er zijn serieus mensen die zo’n ding als onderdeel van de familie gaan zien. Die geven hem een naam en nemen hem soms zelfs mee op vakantie. Wellicht mag ie ook mee naar de psychiater.  

Mijn robotstofzuiger heeft een sensor, waardoor ie stoel- en tafelpoten keuring ontwijkt. Met menselijke ledematen heeft ie meer moeite, daar rijdt ie nog wel eens overheen. Per ongeluk, beweert ie zelf. Volgens mij is ie jaloers dat wij op twee benen kunnen staan en hij niet. Ook sneuvelde een staande lamp omdat die omver gereden werd. ‘Een ongelukje’, was de verklaring van mijn robotstofzuiger. Maar een paar dagen eerder zag ik hem nog keihard afgewezen worden door diezelfde lamp.

Mijn neef heeft ook een robotstofzuiger. Die wilde graag een dagje naar het bos, maar mijn neef weigerde om hem te brengen. De volgende dag, toen mijn neef op zijn werk was, heeft zijn robotstofzuiger een plant omgeduwd en de aarde door het hele huis verspreid.

Veel robotstofzuigers zijn rond, waardoor ze moeite hebben met het bereiken van hoeken. Die moet je dan alsnog zelf stofzuigen. Het is mij een raadsel waarom daarvoor gekozen is. Er zijn maar weinig volledig ronde huizen. Ik denk dat robotstofzuigers door smurfen uitgevonden zijn.

Je kunt mijn robotstofzuiger zelf besturen, maar dat gaat vrij traag. Er zit ook een laserpointer op de afstandsbediening, zodat je kunt aanwijzen wat ie moet schoonmaken. Dat lukt overigens alleen met de vloer. Ik wees ook de wasmand en de afwas aan, maar dat weigerde ie. Je kunt hem ook automatisch zijn gang laten gaan, zelfs als je weg bent. Dat heb ik maar één keer gedaan. Had ie een eigen account aangemaakt op mijn computer en het spel Robotron gedownload. Hij speelt het nooit, zit alleen maar te kijken hoe de robots in het spel de mensen vermorzelen. Best creepy.

Als je op de HOME-knop op de afstandsbediening drukt rijdt ie zelfstandig naar het oplaadstation. Dat gaat echter nogal omslachtig. Vaak rijdt ie meerdere keren de kamer rond voordat ie hem gevonden heeft. Ik denk dat het een vrouwtje is. Soms denk ik wel eens: ik doe hem weg. Maar ja, het blijft toch familie.


NIEUWS: BERRY BLACK DOOR IN COLUMNWEDSTRIJD 

Ooit schreef ik de column Ode aan de vrouw. Deze is nu een maandwinnaar in de columnwedstrijd van literatuurblog This is how we read. Dat de jury grotendeels uit vrouwen bestaat is natuurlijk louter toeval. Lees hem HIER. En als je er dan toch bent, vergeet niet een comment achter te laten. Nu door voor de hoofdprijs in september!


NIEUWS: NIEUWE LAY-OUT WEBSITE 

Vrees niet... Er is niets mis met je monitor of telefoon. De website is geheel vernieuwd. Nu met nog minder kleur! Gelukkig is humor (inclusief zwarte humor) nog steeds het doel van de website. Depressieve lezers zijn nog steeds welkom. Een voordeel is dat de website nu goed leesbaar is op zowel desktop als mobile (dat is mobiel, maar dan modern gezegd). Ik wens je veel leesplezier!


COLUMN: HOE OVERLEEF IK EEN BRUILOFTSFEEST?

Ben jij ook zo'n feestbeest? Ik dus niet... Vaak word ik voor kapstok aangezien en worden er in de loop van de avond steeds meer jassen over mij heen gehangen. Daarom heb ik een aantal tips om de langste aller feesten te overleven: een bruiloftsfeest.

Een bruiloftsfeest doorkomen kan een hele opgave zijn, vooral als je er bijna niemand kent. Ik was eens op een bruiloftsfeest waar mensen aan een tafeltje voor zich uit staarden. Het leek wel een begrafenis, maar dan erger, omdat je door de harde muziek met niemand kon praten. (Tip: zet in je laatste wil dat je bij je uitvaart harde housemuziek wil. Dan heeft iedereen in ieder geval een rottijd). Daarom de volgende tips om een bruiloftsfeest te overleven:   

Tip 1: Ga op liefdesjacht

‘Van een bruiloft komt een bruiloft’ luidt het gezegde. Omdat mensen er dan op hun best uitzien, is dit een goede plek om iemand te versieren. Helaas kom je juist veel op bruiloften wanneer je al een partner hebt en wordt meegesleept. Van een bruiloft komt dan ook vooral een bruiloft omdat vrouwen denken ‘dit wil ik ook!’ en dan net zo lang bij hun partner gaan zeuren tot die hen ten huwelijk vraagt. Tip van de ervaringsdeskundige: de bruid proberen te versieren is een slecht idee.

Tip 2: Word godsgruwelijk dronken

Dit doe je beter niet op het bruiloftsfeest van je baas. Dronken lijkt de tijd veel sneller te gaan, maar dit kent ook risico’s. Zo was ik op een feest waar ze van die bewegende opblaaspilaren hadden. Na drie witte wijn stoere mannelijke whisky’s leken die erg veel op de pilaren van de zaal waar je even tegenaan kon leunen na het dansen... Tip van de ervaringsdeskundige: een decolleté is een slechte plek om in over te geven.

Tip 3: Eet je buikje rond

Zorg dat je overdag weinig eet, zodat je op het feest helemaal los kunt gaan. Natuurlijk bestaat het risico dat er alleen maar schaaltjes nootjes zijn. Neem daarom een zak voorgesneden gemengde salade mee in je binnenzak. Gemengd met een hand nootjes heb je een voedzame maaltijd. Tip van de ervaringsdeskundige: veel eten kan, maar je eigen magnetron meenemen wordt niet gewaardeerd.

Tip 4: Stop een rol Mentos in je broekzak

Dit komt niet alleen van pas bij tip 1, maar zorgt ook voor entertainment. Stop een Mentos in de cola van een nietsvermoedende medegast en je hebt een instant-geiser. Hier kun je je uren mee vermaken. Tip van de ervaringsdeskundige: draag je een lichtgekleurd overhemd, stop dan geen Mentos in je eigen cola.

Met deze tips maak je van iedere bruiloft een feest, in ieder geval voor jou als bezoeker.


COLUMN: TELEFOONDIENST 

Bij veel banen hoort ook een stukje telefonisch contact met klanten/patiënten/cliënten. Misschien had ik bouwvakker moeten worden, die hebben dat niet. Maar ik kan niet fluiten, dus dan zou ik schroeven en planken naar langslopende dames moeten gooien. Daarnaast ben ik niet zo handig met bouwtekeningen, waardoor er regelmatig een deur geïnstalleerd zou worden die op het balkon van de buren uitkomt. 

Helemaal sneu is het als je bij je baan ook nog eens een headset op moet. Die hadden ze bij mij op het werk ook, maar dan één headset die moest rouleren. Totdat ze erachter kwamen dat die door oorwurmen werd gebruikt als uitwisselingsprogramma. 

Telefoondienst is tegenwoordig zwaarder dan vroeger. Dit komt omdat mensen steeds minder tijd en geduld hebben. (Ik vraag mij wel eens af hoe dat komt. Misschien is de evolutie gestopt en gaan we nu weer achteruit. Dan komen we uiteindelijk weer terug bij een eencellig organisme. Dat is lastig, want die hebben geen zakken voor hun smartphone).

De kans dat je een klojo aan de lijn krijgt wordt dus steeds groter. Om dit leed te verzachten heb ik standaardreacties opgesteld voor de meest vervelende telefoongesprekken. Dan heb je die vast paraat:

Klantverzoek  Reactie

Ik wil je leidinggevende spreken!                                                                                     

Sorry, die mag pas over vier maanden met proefverlof. 
Ik wil je naam en directe nummer!   Ho ho, pas na de 2e date…
Ik hang pas op als ik een oplossing heb.    Ik geef pas een oplossing als u ophangt.
Anders kom ik wel even langs! Prima, u bent nu doorgeschakeld naar ons callcenter in India.
Ik sta al tien minuten in de wacht!  Oh, bent u dat, die de lijn bezet houdt.
Eventuele financiële gevolgen zijn voor u!     

Financiële gevolgen voor mij? Belt u collect-call?

Anders ga ik wel naar de concurrent!     Zou ik niet doen. Daar hebben de             helpdeskmedewerkers nog minder geduld.
Ik ontvang graag bevestiging per mail.  Sorry, ik ben dyslectisch.
Ik wil graag teruggebeld worden op x datum.Sorry, ik heb telefoonangst.
Ik zal je vertellen wat je nu gaat doen.    Als het antwoord ‘u negeren’ is heeft u helemaal gelijk.

Ik schijn goede communicatieskills te hebben, waardoor ik één van de uitverkorenen ben die onze klanten te woord mag staan. Misschien moet ik eens van die skills af zien te komen. Maar ja, dat is me met bloedmooi zijn ook al niet gelukt.


COLUMN: SCHOONHEIDSPRODUCTEN

Een column bedacht onder de douche. Daar heb ik vaak mijn beste momenten. Jammer dat mijn laptop niet waterdicht is...

Toen ik onder de douche stond (dit betekent bij mij dat ik een fontein nadoe en de begintune van Seabert zing) zag ik hoeveel schoonheidsproducten wij in huis hebben. En niet alleen wij, ook als je bij andere mensen in de douche kijkt (nee natuurlijk niet als ze eronder staan, viezerikje) zie je zelden minder dan tien producten. Van de meeste producten snap ik maar weinig.

Voorbeeldje: laatst liep ik buiten en begon het te regenen. Ineens begon ik te schuimen. Ik dacht even dat mijn hondsdolheid was teruggekeerd en ging naar de dokter. Die constateerde dat het geen hondsdolheid, maar shampoo betrof (ik rook naar lentebloesem). ‘Heb je soms shampoo in je haar gedaan zonder uit te spoelen? ’vroeg hij. ‘Ja’, zei ik, ‘maar dat stond op de fles: voor droog haar.’

Ander voorbeeldje: Mijn vader kreeg in zijn kerstpakket een tube Rituals Ice Shower douchegel en gaf die aan mij. Ik las ‘douchegel’ en smeerde mij daar onder de douche geheel mee in. Ken je van die honden die je kruis besnuffelen? Nou, zo voelde het ongeveer: alsof mijn kruis werd besnuffeld door een Husky die eerst de Zuidpool was overgerend en vervolgens zijn snuit in een pot Vick’s Vaporub had gestoken.   

Ik weet trouwens waar de naam Rituals vandaan komt. Omdat iedere keer hetzelfde ritueel zich voordoet: je koopt een tube shampoo, kijkt op je bankafschrift en denkt: ‘25 euro voor een tube shampoo?!!’

Nou presenteert Rituals zich als een exclusief merk. Er zijn ook merken die zich presenteren als bedoeld voor losers. Voorbeelden zijn Head en Shoulders (voor mensen met roos) en Clearasil (voor mensen met jeugdpuistjes). Nu weet iedere beginnende marketeer dat de beste reclame mond-op-mondreclame is. Maar er is natuurlijk geen hond die toegeeft dat ie één van deze merken gebruikt. Dat is hetzelfde als jezelf uitschelden voor bloesemboom of pindarotsje. Niet gek dus, dat je van deze merken weinig meer hoort.

Clearasil bleek overigens helemaal niet te helpen tegen jeugdpuistjes. Wat wel bleek te helpen is om niet iedere keer als je Clearasil koopt ook een patat mét, twee frikadellen en een mexicano te kopen bij de patatzaak naast de drogisterij.  

Head & Shoulders beveel ik overigens wel aan. Sinds dat op de markt is heb ik geen last meer van Roos, maar ook niet van Linda en Jessica. En daar ben ik toch wel erg dankbaar voor.     


NIEUWS: NIEUWE SERIE CROKKY'S! 

Jawel, het is zover: Crokky serie 2 gaat van start! We beginnen met een spetterende special: Invaders! From Space! Klik op de afbeelding hieronder om om direct naar de serie te gaan: 

 

 


COLUMN: HAVERMOUTMUFFINS

Als lunch eet ik geen brood, maar (veel gezondere) havermoutmuffins. Hieronder het recept.

Benodigdheden (voor 12 stuks):

- Havermout (240 gram)       

- Sojamelk (200 ml)

- 2 eieren

- Appel

- Banaan

- ½ reep pure chocolade (gezoet met rietsuiker)

- 2 tl kaneel

- Snuf zout

- Bakpoeder (8 gram)

- Pleisters

- Branddeken

Maal 240 gram havermout tot meel. Praktische tip: dat is 0,4363636364 pak. Zo hoef je niet af te wegen.

Gooi het bakpoeder erbij en meng. Hoe meer bakpoeder, hoe meer het deeg rijst. Ik gooide ooit 8 kilo bakpoeder in één muffin. Die gebruiken we nu als poef.

Breek 2 eieren en gooi die erbij.

Vis de stukjes eischaal uit het deeg.

Schil de appel en banaan en snijd deze in kleine stukjes. Slaak daarbij hoge kreten als een Japanse krijger en zwaai met je mes.

Plak pleisters op de wonden die het gevolg zijn van de vorige stap.

Breek de reep chocolade in tweeën. Snijd de ene helft in kleine stukjes en gooi die in het beslag. Eet de andere helft op. Zeg tegen je partner dat er een hele reep in zit.

Giet de sojamelk erbij. Gebruik bij voorkeur die met kokossmaak. Praktische tip: is deze sojamelk op, vervang die dan niet door shampoo met kokosgeur.

Gooi de kaneel erbij. Kaneel is giftig in hoge doses. Gebruik daarom twee theelepels. Tenzij je schoonmoeder* ook van de muffins eet. Gooi dan het hele potje erin.

Neem een snuif uit de zoutpot en snuit die uit boven het beslag. Nu weet je hoeveel een snuf zout is.

Meng het beslag met je handen (getver) of een keukenmachine.

Verwarm de oven voor tot 170 graden. Natuurlijk weet je niet hoe die werkt, dat weet niemand. Dus draai wat aan de knopjes tot er een leuk getal op het display komt.

Schep het beslag in zo’n ding met 12 muffinvormpjes. Smeer deze eerst licht in met olijf- kruip- of motorolie, zodat de muffins straks makkelijk uit de vormpjes glijden.

Bak de muffins in 30 minuten goudbruin. Waarom dit ‘goudbruin’ heet weet ik ook niet. Zolang ze niet verkoold zijn is het goed.

Gooi de waarschijnlijk verkoolde muffins weg en bestel de rest van de week lunch in de kantine op je werk. Wel zo lekker.

*Nee schat, het was maar een grapje. Je moeder is geweldig. Echt waar. Leg nu rustig mijn nieuwe spelcomputer weer terug.  


COLUMN: SPIJKERBROEK

Het werd tijd voor een nieuwe spijkerbroek, bleek toen ik een museum bezocht. Ik kwam zonder broek weer buiten: die was ingenomen bij de afdeling Klassieke Oudheid. Hij was inmiddels ook al zeven jaar oud. En daarnaast ook iets te kort. Het voordeel daarvan is dat je broek bij nat weer niet in een plas hangt. Het nadeel daarvan is dat je ook bij droog weer voor schut loopt…

Dus ging ik, met vriendinlief, naar de spijkerbroekenwinkel. De verkoper vroeg waar ik mijn tijdmachine geparkeerd had en of ik deze broek vooral niet aan het Leger des Heils wilde doneren. Ik zou er echt niemand mee helpen.

Uit onderzoek blijkt dat een spijkerbroek kopen voor vrouwen hoog in de top 10 van vervelende ervaringen staat (ergens tussen de bevalling en een wortelkanaalbehandeling). Ook mannen moeten echter zoeken naar een passende broek. De verkoper vroeg een kleur en kwam terug met, jawel, een skinny-jeans. Wil je weten hoe zo’n ding voelt? Smeer dan je been in met feromonen en stap in een aquarium bij een botergeile octopus. Hij leek hermetisch vastgezogen te zitten aan mijn been. Daarnaast kon ik ook niet diep genoeg buigen om bij de pijpen te komen. Ik overwoog om glijmiddel aan de verkoper te vragen. Dit is echter een slecht idee vanuit een donker pashokje (ervaringsdeskundige). Hevig puffend kreeg ik de broek uiteindelijk uit, terwijl er een BHV’er werd gezocht, omdat men dacht dat er een bevalling aan de gang was.

Daarna paste ik andere broeken. Daarbij heb ik geleerd dat er meer mis kan zijn met een broek dan je denkt: te lang, te kort, te wijd, te nauw, te hoog, te laag of (wel herkenbaar) te duur. De achtste broek die ik paste zat goed en kreeg het stempel partnerapproved. Omdat je op een tweede broek vaak korting krijgt besloot ik ook een zwarte te proberen. Daarin waren minder keuzes: wel twee. De eerste zat goed en was mooi geprijsd. De tweede zat hondsberoerd en was takkeduur. Eén keer raden welke vriendinlief mooi vond… Een rondvraag onder vrouwelijke klanten leerde dat ik haar voorkeur moest volgen. Een rondvraag onder mannelijke klanten leerde dat het ze geen moer interesseerde. Behalve een oude wijze man. ‘ Zit je spijkerbroek te strak, dan zit je onder de plak’ zei hij. En zo is het maar net. Dus keerde ik huiswaarts met één goed zittende broek en mijn eigenwaarde.


COLUMN: COMPUTERNERD

Je zou het misschien niet zeggen gezien mijn goddelijke lichaam, maar vroeger was ik best wel een computernerd. Let wel: we spreken dan over het tijdperk dat computers nog op DOS draaiden en Windows pas net uit was. Computers waren toen een stuk gebruiksonvriendelijker. Als je een spelletje of een ander programma wilde starten moest je ellenlange opdrachtregels intypen. Voor het gemak bevatten deze vaak een hoop ‘/’ of ‘\’ en vage extensies als ‘.exe’ of ‘.bat’. Alsof je een vergadering van ICT’ers moest notuleren. 

Net zoals zoveel dingen leer je omgaan met computers spelenderwijs. Mijn vader, die zijn dure PC nog niet eens had afbetaald, zag dat anders. ‘Ik wil niet dat mijn nieuwe PC kapot gaat, dus er worden GEEN spelletjes of andere rotzooi op geïnstalleerd!’ bulderde hij. ‘Ja vader’ stamelde ik, maar installeerde er natuurlijk stiekem toch van alles op. Want wat heb je aan een PC als deze niet gebruikt? Zo kreeg ik vanzelf handigheid in het omgaan met de PC. 

Het leuke was dat in die tijd ook veel bedrijven met DOS werkten. Zo ook het ziekenhuis waar ik mijn eerste bijbaantje had. Door een aantal handigheidjes toe te passen kon ik het standaardprogramma van de computer daar omzeilen en bij de directory met alle gegevens komen. Niet dat daar nou zoveel in stond, want je had in die tijd nog geen digitaal patiëntendossier. Dat de computer waarop ik dit deed bovendien in het archief met alle patiëntendossiers stond, maakte de gehele computerinbraak eigenlijk overbodig. Maar hé, het gaat om het principe. 

Op een dag sloeg echter het noodlot toe. Vader zat achter de PC. 
‘Wat zie ik hier? Heb je nou toch spelletjes op mijn PC geïnstalleerd?!’.

Uh-oh, betrapt.

‘Wat is er, pa? Je hebt toch niet de vieze boekjes onder mijn matras gevonden?’ probeerde ik nog. Dit werkte echter niet en vader riep mij bij zich. 

Geheel tegen verwachting in was hij niet eens boos. ‘Ach, dit is een mooie gelegenheid om je te laten zien hoe je iets moet verwijderen van de computer’.

Dit wist ik natuurlijk al lang, maar het leek me wijs om dat voor me te houden. Vaders kolenschop was nu nog om de muis geklemd, maar dat kon evengoed mijn nek worden. ‘Kijk, je gaat eerst naar de C-schijf. Vervolgens geef je de Windows-folder aan, want daar staat alles in, en tik je in dat het gedelete moet worden’.

‘Nou pa, dat zou ik niet d…’ mompelde ik nog.

Maar het was al te laat. Met een ram op de ENTER-toets verwijderde vader heel Windows van de computer. 

Niet dat ik dat erg vond. Had ik eindelijk genoeg vrije schijfruimte om Doom te kunnen spelen. Vader zou voorlopig wel andere dingen aan zijn hoofd hebben dan zich druk te maken over spelletjes op de computer. En bovendien, dat Windows, dat kon toch nooit een belangrijk programma zijn? 


COLUMN: ROBOTS ZUIGEN 

Er zijn mensen die beweren dat, na het internet en sokken-in-blik, robots de volgende grote technologische doorbraak zijn. Momenteel worden robots nog maar beperkt toepast in de maatschappij. Alleen de stofzuigerrobot is wel al in veel huishoudens te vinden.

Hoewel er mensen zijn die deze ontwikkeling zullen toejuichen (waarschijnlijk dezelfde mensen die als kind graag met Technisch Lego speelden) heb ik er mijn twijfels bij. Als er veel robots komen dan willen die uiteindelijk de wereld overheersen en de mensheid vernietigen. Dat zit zo: robots zijn goed in logisch denken, maar hebben een slecht sociaal inlevingsvermogen. Wat dat betreft zouden het goede managers in de zorg zijn. Ze zijn afhankelijk van elektriciteit voor hun functioneren. Vroeg of laat zullen ze zich dus gaan irriteren aan het feit dat alle stopcontacten voortdurend bezet zijn met opladende smartphones, tablets en elektrische tandenborstels. Zaken die robots niet nodig hebben, maar de mensheid wel. Logischerwijs komen alle stopcontacten dus vrij door de mensheid uit te roeien…

Ik vraag mij daarom af of de stofzuigerrobot wel echt als taak heeft om te stofzuigen. Dit zouden ook heel goed spionnen kunnen zijn. Bedenk je maar eens wat zo’n stofzuigerrobot allemaal over je te weten komt bij het stofzuigen van je huis:

- Hij weet je schoenmaat;

- Hij weet wie er onder de tafel stiekem zijn groenten aan de hond voert;

- Hij weet waar de knoop is gebleven die van je dure pak is afgesprongen; 

- Hij weet de code van je WiFi;

- Hj weet wie zijn voeten niet geveegd heeft bij het binnenkomen;

- Hij weet dat je stiekem vieze boekjes onder het matras van je bed hebt liggen.

(Tip: koop een boxspring. Robots hebben een gruwelijke hekel aan boxsprings. Hier kunnen ze namelijk niet onderdoor rijden en de meeste robots zijn zeer slecht in klimmen/springen).

Je ziet, allemaal informatie die zomaar tegen je gebruikt kan worden. Ik vertrouw de stofzuigerrobot daarom voor geen meter en heb er ook geen één. Maar ja, zal je net zien dat als de robots de macht grijpen en we moeten rennen voor ons leven, ze mij als eerste te pakken krijgen, omdat mijn rug versleten is van al dat stofzuigen